De blootstelling van de werknemers wordt gecontroleerd
Mensen die in nucleaire installaties werken, dragen altijd een dosimeter en ze worden medisch heel strikt gevolgd. Zo is men zeker dat ze nooit gevaar zullen lopen door hun ‘nucleaire’ werkomgeving.
Meetinstrument in zakformaat
Iedereen die in een nucleaire installatie werkt, draagt een dosimeter. Die kan bij een persoon de blootstelling aan ioniserende straling meten. Er bestaan twee soorten dosimeters:
- de wettelijke dosimeter (‘ filmbadge’ of een meer geavanceerde TLD – dosimeter):
- gaat na of er gedurende een bepaalde, precieze periode geen abnormale blootstelling is geweest;
- slaat gegevens op zodat de totale blootstellingsdosis over een gegeven periode gekend is
- de elektronische dosimeter (die op een MP3-speler lijkt);
- geeft ook alarm als het stralingsniveau boven een bepaalde vooraf ingestelde waarde komt.
Overal identieke limieten in Europa
Dit systeem om de blootstelling van personen te monitoren die werken op plaatsen waar radioactieve straling aanwezig is, bestaat al tientallen jaren. Omdat iedere werknemer een dosimeter draagt, kan er over worden gewaakt dat de limietdosis nooit wordt overschreden. Die limiet wordt bepaald door een Europese Richtlijn en door de Belgische wetgever.
Veel lagere gemeten waarden in België
In België blijven de gemeten doses ver onder de Europese limiet. In de praktijk blijken de doses waaraan met name de werknemers in onze nucleaire installaties blootstaan, veel lager te zijn dan de limieten die door reglementering worden opgelegd en die de exploitanten zichzelf opleggen.
Strikte medische controle
Naast de dosimetrie, is er ook een regelmatige controle op de inwendige besmetting, d.w.z. de inname van radioactief materiaal. Die maakt deel uit van de strikte medische follow-up die werknemers in een nucleaire installatie moeten ondergaan.
Gepubliceerd: 23-01-2009 | Bijgewerkt: 30-01-2009
















